Plaatjes laden...
Columns

Telefoon uit Amsterdam

Het was 1977 en op Ajax had ik het niet zo. Dat kwam natuurlijk doordat ik voor Jan van Beveren was, dus voor PSV, tegen Cruijff en alles wat maar enigszins met Cruijff in verband kon worden gebracht: zo ook Ajax. Het kwam ook door de aanhoudende wanorde die een groep supporters van Ajax tijdens wedstrijden aanrichtte. Waar Ajax in die tijd arriveerde, ontstond herrie in de tent. Walgelijk vond ik dat. En vind ik dat, al is het creëren van onrust rond de voetbalvelden door de jaren heen zeker niet het domein van uitsluitend Ajax-supporters geweest.

De jaren zeventig waren het toneel van een hoge mate van actiebereidheid en geheel in stijl met die heersende moraal vond ik het in 1977 nodig om op hoge poten een lezersbrief te sturen naar Voetbal International. In dat epistel nam ik in forse bewoordingen de maat van de Ajax-aanhang. Ik noemde hen laf. Immers, op de Nederlandse velden maakten zij er een rommeltje van. Maar als Ajax een uitwedstrijd in Engeland speelde, waar waren die stoere supporters dan? Tussen de hooligans van de grote Engelse clubs, van wie eveneens bekend was dat ze niet op een relletje keken, bleven die mannetjes uit Amsterdam onzichtbaar. En als je dan toch zo’n held was …, enfin: u begrijpt het. Dit destijds twaalfjarige mannetje kroop toen al graag in de pen.

Toen kort daarop de VI op de mat viel, las ik met onverholen trots mijn brief. Ik stond er toch maar mooi in. Dat zou ze leren, die branieschoppertjes uit de hoofdstad. Later die dag nam dat beeld een verrassende wending.

Het zal voor in de avond zijn geweest dat in onze woonkamer de telefoon ging. Een beslist klinkende stem met Amsterdamse tongval meldde zich: “Hep jij geschrefe??” Nog ging mij geen belletje rinkelen. Geschreven? Ik? Waar had die man het over? En wie was het? Ik zei iets in de trant van “Wie bent u en waar hebt u het over?” Maar heel gerieflijk voelde ik me er niet bij.

“Jij hep toch geschrefe? Die brief? In VI? Ajax-supporters zijn toch laf? Dat was jij toch?” Langzaam begon het me duidelijk te worden. Dit was niet leuk. Manmoedig zocht in de aanval: “Eh ja, dat klopt, dat heb ik geschreven. En wat dan nog?” Nou, dat ging de Amsterdamse meneer mij even heel snel duidelijk maken: “Luister eens goed, kereltje. Wij stappen zo op de trein en komen direct naar Apeldoorn. We weten waar je woont en we komen je in elkaar rammen.”

Die laatste woorden nuanceerden mijn beeld van de gemiddelde Ajax-supporter nu niet bepaald.

Nog voordat ik iets kon inbrengen dat het midden hield tussen ‘Kom maar op’ en ‘Is dat nu wel zo nodig?’ had de Amsterdammer al opgehangen. En daar stond ik dan. Verder niemand thuis, ook dat nog. Even snel vader of moeder bellen die in 1977 met een mobiele telefoon bereikbaar was … nee, daar moesten we toch ook nog een paar decennia op wachten. En om nu de hele straat uit voorzorg te barricaderen vanwege een een groepje Ajax-aanhangers dat misschien onderweg was, ging toch ook wel ver. De politie bellen dan? Hmmm …

Ik besloot maar af te wachten. U begrijpt het, de F-side van Ajax meldde zich nooit. Dat was een opluchting. Ik moest opeens weer aan dit incident denken toen een groep Ajax-supporters de bekerfinale tegen PEC Zwolle tweemaal onderbrak met vuurwerk. Ik hecht er overigens aan te verklaren dat ik deze Ajax-supporters in het geheel niet laf vind. Iets met een ezel en een steen …

Half 3 uitverkocht
De 18 nummers van Half 3 zijn inmiddels niet meer verkrijgbaar.