Gerd Weber, bouwer en breker, vrijheidsstrijder en verrader

 

Er was een tijd dat Gerd Weber de hemel bestormde. Dat hij voor eeuwig jeugdrecordinternational werd. Van de DDR. Dat hij Olympisch goud won in 1976, in Montreal. Voor de DDR. Dat hij bij Dynamo Dresden en het nationale team een geliefde en gerespecteerde middenvelder was. In de DDR. Maar het was niet alles goud wat er blonk. Weber had nog een andere identiteit: die van Inoffizieller Mitarbeiter (IM) Wiehland. Hij verklikte medeburgers bij de Stasi. Opzienbarend, voor een man die zo aan vrijheid bleek te hechten dat hij zijn carrière ervoor op het spel zette.

In Oost-Duitsland wilde de staat alles weten van de burgers. Alles. In weckpotten bewaarde men geurmonsters van zoveel mogelijk mensen. Wie gearresteerd werd, moest tijdens de ondervraging op een stoel gaan zitten met de handen onder de dijen, de handpalmen naar beneden. Op speciale doekjes die op de zitting bevestigd waren, ving men zo de transpiratiedruppeltjes van de arrestant op. Er was altijd wel een reden te bedenken om iemand op te pakken. Eén verkeerd uitgelegde grap en je kon zo maar tot vijand van het socialisme bestempeld worden; een status die niemand ambieerde.

Op 20 januari 1981 zitten twee mannen aan de bar van Hotel Newa in het Oost-Duitse Dresden. De een is Michael J. Hij is kok en informant van de Stasi, het Ministerium für Staatssicherheit. Aan de andere kant van de tafel zit Wolfgang H., technoloog in een staalfabriek. Hij weet van niets. Beide vrienden zijn voetbalfans, liefhebbers van Dynamo Dresden en kennen de spelers grotendeels persoonlijk. Als de alcohol rijkelijk vloeit, wordt Wolfgang loslippig. Hij heeft gehoord dat drie van Dynamo’s beste spelers, Peter Kotte, Matthias Müller en Gerd Weber, bij de eerstvolgende buitenlandse reis van de nationale ploeg in Argentinië willen achterblijven. Zij zouden een aanbieding van een buitenlandse club hebben gehad. Oost-Duitsland staat een transfer naar het buitenland niet toe. Niemand mag zonder toestemming van de regering het land verlaten. Wolfgang beseft niet dat hij met de Stasi aan tafel zit. De volgende dag weet de ‘club’ van Erich Mielke, minister van Staatssicherheit, ervan. Kotte, Müller en Weber hebben hun laatste wedstrijd gespeeld.

Na het WK 1974 in West-Duitsland is de DDR er nooit meer in geslaagd een EK of een WK te bereiken. Eind 1981 is de Oost-Duitse voetballiefhebber weer eens in mineur. Opnieuw is het de nationale ploeg niet gelukt om zich te plaatsen voor een groot internationaal toernooi. In de kwalificatiegroep is tweemaal van Polen verloren en de laatste nederlaag (2-3 thuis in het immense Zentral Stadion van Leipzig) heeft de deur naar het WK 1982 in Spanje in het slot gegooid. Was dat nu nodig geweest, zo vragen de fans zich af. Als zij naar de opstelling kijken, dan missen zij drie namen: Peter Kotte, Matthias Müller en Gerd Weber. Vooral dat Weber niet heeft kunnen spelen, heeft de ploeg pijn gedaan. De middenvelder is al jaren Dreh- und Angelpunkt van het team. Hij is echter plotseling van het toneel verdwenen, evenals zijn twee ploegmakkers uit Dresden. En dat is vreemd.

Is dat zo vreemd in een land als de DDR? Die vraag mag gesteld worden. In de socialistische heilstaat hebben de muren doorlopend oren. Er verdwijnen vaker mensen, veelal mensen die hebben geprobeerd het land te ontvluchten. Dat wordt in Oost-Duitsland niet geapprecieerd. Probeer je bijvoorbeeld over de Muur, de 45  kilometer lange betonnen afscheiding tussen Oost- en West-Berlijn, te vluchten dan word je zonder enig voorbehoud neergeschoten. Daartoe heeft Erich Honecker, sinds jaar en dag leider van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands en daarmee de baas van de DDR, hoogstpersoonlijk bevolen. Honecker is een griezelige, kil uit de ogen kijkende opa met afstandelijk uitstekende jukbeenderen en een hysterisch hoog stemgeluid. Hij geeft leiding aan een repressiesysteem waarin burgers elkaar bespioneren en bij de geringste twijfel aan toewijding aan de staat aangeven bij de Stasi. De penetratie van de Stasi in de maatschappij is met 1 op de 50 burgers die officieel als medewerker geregistreerd staan, veertig keer zo sterk als in de dagen waarin Hitlers Gestapo het land controleerde. Incorrect politiek gedrag wordt zonder genade afgestraft. Een Republikflucht is in Oost-Duitsland wel het zwaarste vergrijp.

De invloed van de Stasi op het dagelijkse leven in de DDR is alomvattend. Als men de niet-officiële informanten meerekent, is de controle nog veel groter. In iedere fabriek worden medewerkers geplaatst. Het hangt van het belang van de fabriek af hoeveel informanten er worden aangesteld. In ieder flatgebouw vind je er meerdere. Allemaal moeten ze in de gaten houden of medebewoners geen staatsvijandelijke plannen ontplooien. Tegelijkertijd wordt geïnfiltreerd op scholen, universiteiten en in ziekenhuizen. Deskundigen vermoeden dat één op de zeven inwoners van de DDR op enige manier Stasi-medewerker was. Men wist het niet van elkaar. Dat maakte het extra gevaarlijk. Je beste vriend kon je grootste vijand blijken. Niet zelden bespioneerden twee dezelfde mensen elkáár, zonder het van elkaar te weten. Het maakte iedereen schuw en terughoudend. Initiatieven werden niet genomen, want als het verkeerd werd uitgelegd dan kon dit het einde van alles betekenen. In het uiterste geval volgde de guilloutine of het nekschot.

WeberGerd Weber maakte als informant van de Stasi deel uit van dit netwerk. Dezelfde man van de vluchtplannen verlinkte zijn medeburgers bij de regering als zij DDR-onvriendelijke ideeën hadden. Hij was van Dynamo Dresden niet de enige: internationals als Ganzera, Döschner, doelman Jakubowski, Schade, Trautmann, Kirsten en Gütschow, zo goed als trainer Geyer, fysiotherapeut Friedel en dokter Klein deden er allemaal aan mee. Dat ging eenvoudig. Als je interessant was door je positie in de maatschappij dan werd je uitgenodigd voor een gesprek. Het voorstel werd gedaan om mee te werken. Wilde je niet, dan werd de druk wat opgevoerd. Gerd Weber wil het dertig jaar later niet meer vertellen. Aannemelijk is dat zijn voetballoopbaan abrupt tot een einde zou zijn gekomen als hij op negentienjarige leeftijd niet ‘vrijwillig’ het formulier had ondertekend dat hem tot Inoffizieller Mitarbeiter maakte. Verraad aan uw loopbaan of verraad aan uw medemensen. Kiest u maar, mijnheer.

In de DDR had je voetballers met grappige namen: Kurbjuweit, Pommerenke, Grapenthin en Sparwasser. En misschien nog wel lolligste van allemaal, Schnuphase die als libero van Carl Zeiss Jena met negentien doelpunten topscorer van de Oberliga werd. Het waren allemaal goede spelers, met een behoorlijke techniek en longen als blaasbalgen. Bovendien beschikte het land nog over spelers die tot de internationale topklasse behoorden: doelman Jürgen Croy, aanvaller Peter Ducke en de schalkse spits Joachim Streich, de Oost-Duitse Gerd Müller, die in 98 interlands niet minder dan 53 goals scoorde.

Toch slaagden ze er nooit in het Oost-Duitse nationale team aan grote internationale faam te helpen. De tweede ronde op het WK 1974 was het hoogtepunt. Op dat toernooi won de DDR met 0-1 van West-Duitsland, door een doelpunt van Jürgen Sparwasser. Verdere successen boekte de nationale A-ploeg nooit. Men dacht dat dit met spelers van het kaliber-Gerd Weber zou gaan veranderen. Aan zijn hand leken grote kampioenschappen haalbaar. Weber stond bekend als een speler die altijd presteerde. Dat gold niet alleen op het veld. Ook als Wiehland, Inoffizieller Mitarbeiter, presteerde Genosse Weber ruimschoots naar behoren. Met zeventig informaties over verdachte medeburgers stond hij binnen het systeem als ergiebig bekend, toegewijd en loyaal, linientreu.

Voor iemand met een zo duidelijke hang naar vrijheid als later zou blijken, was het opzienbarend dat hij er niet voor terugdeinsde om mensen aan te geven die wellicht dezelfde idealen koesterden. Was het vrije keuze? Of kon hij simpelweg niet anders? In hoeverre kun je een individu zijn misdaad kwalijk nemen als die misdaad de maatstaf is in de maatschappij? Is door rood rijden nog strafbaar als iedereen door rood rijdt en als het door de staat wordt bevorderd? Sterker nog, als de staat je allerlei onheil belooft wanneer je weigert door rood te rijden. En jij weet dat dat onheil ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Je hebt genoeg voorbeelden gezien.

Op 12 juni 1975 had Gerd Weber, net negentien jaar oud, een overeenkomst getekend die hem als medewerker bond aan de Stasi. Het is te lezen in de Unterlagen des Staatssicherheitsdienstes der ehemaligen Deutschen Demokratischen Republik, deel BV Dresden 1540/82, IM ‘Wiehland’, deel 1, bladzijde 67. Zijn opdracht had eruit bestaan in kringen van Dynamo Dresden en de nationale ploeg toezicht te houden. Vooral als de teams naar het buitenland gingen en er een vergroot risico op Fluchtfälle bestond, moest Weber zijn ogen en oren goed openhouden en bij het minste of geringste gevaar alarm slaan. Hij was de ideale medewerker. Met zijn jonge leeftijd en zijn enorme talent was het vrijwel zeker dat hij nog vele jaren deel zou uitmaken van een succesvol Dynamo Dresden en vaste keuze zou blijven in de nationale ploeg.

Het kost Gerd Weber drie decennia later moeite om erover te praten. Het rijt wonden open die nooit goed geheeld zijn. Een jaar in de cel, en waarvoor? Het was geen goede tijd voor hem. Het is nu eenmaal gebeurd. Het is lang geleden. Hij heeft zich, ondanks alles, weten te herstellen van die tijd. Het gaat hem nu goed: een hecht huwelijk, een fijne dochter. Vast werk. Hij woont prettig. Laat hem alsjeblieft.

Het leven had de jonge Gerhard Weber in Dresden niet altijd toegelachen. Na de Tweede Wereldoorlog, toen de Sovjet-Unie het volledig verwoeste Dresden wilde ombouwen tot socialistische metropool, was het bestaan in Oost-Duitsland moeilijk. Vader Weber was alcoholist. Zijn moeder kon de stress maar ternauwernood het hoofd bieden. Soms werd hij in een tehuis geplaatst. Gelukkig was daar voetbal. Gaf je kleine Gerd een bal, dan vergat hij de sores om hem heen. Met de bal aan de voet kon hij ze allemaal de baas.

De DDR had voor alles een systeem. Ook voor het ontdekken van sporttalent. Speciale onderzoekscommissies, zgn. Forschungsgruppen, selecteerden sporters met de meeste aanleg, veelal fysiek bepaald, voor een bepaalde tak van sport waarna die jongens en meisjes aan een strikt trainingsregime werden onderworpen. Het primaire doel: Olympische medailles. De aanpak bleef niet zonder succes. Vanaf de zeventiger jaren waren de Oost-Duitsers doorlopend onder de meest succesvolle deelnemers op de Olympiades. In zekere zin was het systeem de redding voor Gerd Weber, die de neerslachtigheid van zijn ouderlijk huis kon ontvluchten en al snel bestempeld werd als een interessante speler. Interessant om successen te boeken met club en land, interessant voor het systeem. Met sport kon men scoren. Het kon er aan bijdragen dat internationaal het communisme zou worden geaccepteerd als de leidende maatschappelijke visie.

Ook in voetbal waren de resultaten goed. Brons op de Spelen van 1972, goud in 1976 en zilver in 1980 konden worden bijgeschreven. Het nationale team haalde in 1974 voor de eerste maal de eindronde van het WK. Oost-Duitsland haalde de tweede ronde. Mensen herinnerden zich nog tientallen jaren later waar ze waren toen Jürgen Sparwasser een snelle counter doeltreffend afrondde en Beckenbauer, Müller, Maier en hun ploeggenoten in mineur dompelden. Sparwasser zou later verklaren dat op zijn grafsteen alleen de tekst ‘Hamburg 1974’ hoeft te staan. Beter kan niet duidelijk gemaakt worden wat de overwinning op West-Duitsland betekende voor de inwoners van de DDR. Maar na de eerste ronde hielden de successen weer op: verlies tegen Brazilië en Nederland, remise in een belangloze wedstrijd tegen Argentinië. Na die stunt tegen de westelijke buren was op meer gerekend.

Wat restte was de stap naar de absolute top. Dan hielpen spelers met het aangeboren talent van Gerd Weber natuurlijk wel. Op zijn vijftiende speelde hij zijn eerste junioreninterland in een reeks die hem uiteindelijk tot 51 wedstrijden zou voeren, een record dat nimmer gebroken zou worden. Zijn debuut in de nationale A-ploeg maakte Weber in september 1975, in een uitwedstrijd tegen de Sovjet-Unie. Het EK 1976 bleek onhaalbaar, maar op clubniveau regen de successen zich aaneen. Het waren de jaren nog voordat Stasi-chef Erich Mielke ervoor ging zorgen dat zijn favoriete club BFC Dynamo Berlin het stokje in de Oberliga ging overnemen, met vanaf 1979 elf titels tot gevolg. In 1976, 1977 en 1978 echter was het nog het door Gerd Weber aangedreven Dynamo Dresden dat de dienst uitmaakte. De Saksen speelden niet alleen succesvol, maar ook mooi voetbal, soms bijna on-Oost-Duits zwierig en aanvallend. Op internationaal niveau echter bleef de ploeg tweederangs: verder dan de kwartfinale van de Europa Cup I kwam men nooit.

En toen was daar, begin 1981, plotseling dat bericht: Gerd Weber was, samen met zijn ploeggenoten Peter Kotte en Matthias Müller, gearresteerd. Om precies zes uur, in de ochtend van 24 januari, waren de spelers op het vliegveld Schönefeld van Berlijn door Stasi-medewerkers opgepakt. De nationale ploeg zou op trainingskamp naar Argentinië gaan, maar de drie ploegkameraden uit Dresden gingen niet mee. Op 22 oktober 1980, vlak voor de uitwedstrijd voor de UEFA Cup tegen FC Twente, waren Weber, Kotte en Müller in Enschede benaderd door iemand die zich uitgaf als vertegenwoordiger van FC Köln. Matthias Müller zou in hem een ex-DDR-atleet, gevlucht naar het westen, herkennen. Grote bedragen waren ter sprake gekomen, als de spelers bereid waren te vluchten uit Oost-Duitsland en voortaan voor FC Köln te spelen. Weber kon tweehonderdduizend Duitse Marken per jaar verdienen. Kotte en Müller besloten de lokroep te weerstaan en in hun thuisland te blijven. Müller hoopte op deelname aan het WK 1982, waar hij zijn carrière een toefje slagroom wilde geven. In november zegde Weber toe. Probleem echter was zijn vriendin. Zij kon op deze wijze niet mee naar het westen. Voor Weber was dat onoverkomelijk. Zonder Steffi wilde hij het avontuur niet aangaan. Voor haar moest een oplossing gevonden worden, wellicht via een alternatieve route. Dat kon niet op tijd geregeld worden. Daarom wilde Weber niet via de Argentinië-reis vluchten. Het plan verliet zijn hoofd echter niet. In april, als de DDR in Udine tegen Italië zou spelen, wilde hij de sprong wagen.

En toen stonden daar op die vroege winterochtend in januari plotseling die Stasi-mannen. Zij hadden lucht gekregen van de zaak. Dat kon altijd in de DDR. Immers, de muren hadden er oren. Weber snapte er helemaal niets van. Hij had zijn mond toch niet voorbijgepraat: ‘De arrestatie was een grote verrassing.’

Gerd Weber was in de DDR niet de eerste voetballer met vluchtplannen. Er waren voorbeelden van hoe het kon lukken: Jörg Berger, Jürgen Pahl, Lutz Eigendorf en Norbert Nachtweih. Zij hadden met succes een vluchtpoging naar de Bondsrepubliek ondernomen en heetten in de DDR daarmee Sportverräter. Het had Gerd Webers ogen geopend. Pahl en Nachtweih waren na een wedstrijd met de nationale jeugdploeg in november 1976 in Turkije niet naar het hotel teruggekeerd. Beiden vluchtten naar West-Duitsland. Pahl werd doelman bij Eintracht Frankfurt, ook Nachtweih begon bij Frankfurt en zette later zijn carrière voort bij Bayern München. Hoewel de DDR-leiders altijd anders wilden doen geloven en vooral politieke argumenten vermoedden, verklaarde Nachtweih later dat het tweetal uitsluitend sportieve ambities had gekoesterd.

In 1979 maakten vervolgens trainer Berger en libero Eigendorf de overstap naar het westen. Berger zou tot 1989 continu in de gaten gehouden worden door Stasi-agenten, onder wie zijn voormalige studiegenoot Bernd Stange, jarenlang succesvol als trainer in de DDR. Eigendorf verliet de DDR met, uiteindelijk, desastreuze gevolgen. In 1983 kwam hij onder extreem verdachte omstandigheden om het leven bij een eenzijdig auto-ongeluk. Meer dan waarschijnlijk zat daar de lange arm van de Stasi achter.
In 1979 was Weber zelf voor het eerst in een onderzoek betrokken geraakt. Hij werd er van verdacht gesproken te hebben met het kwartet gevluchten. Contacten met de meerderen binnen de Stasi begon hij te mijden. Zijn huis werd doorzocht op staatsvijandelijke sporen, maar er werd niets gevonden. Uiteraard bleef de Stasi Weber op de voet volgen. Hij werd dag-in-dag-uit gevolgd door informanten en zo kon hij vroeg in 1981 gearresteerd worden. Met dank aan Michael J., alias informant Klaus Ihle (zoals zijn ‘Stasi-naam’ luidde) die een mooie premie opstreek. Het jaar 1981 was voor Weber geen goed jaar. In plaats van in het westen belandde hij in de cel. In plaats van de vrijheid, internationale erkenning door het spelen in een competitie die veel meer uitstraling had en financiële onafhankelijkheid wachtte hem een gevangenisstraf van twee jaar en drie maanden. Uiteindelijk zat hij een jaar van zijn straf uit. ‘Het was geen mooie tijd. Ik ben er goed doorheengekomen’, zo blikt hij terug. In zijn gebroken stem klinkt de bitterheid van een verloren voetballeven door. Hij had in de gevangenis dagelijks een uurtje mogen fietsen, om zijn fysieke conditie bij te houden. Op een hometrainer.

Voor Gerd Weber betekende het niets minder dan dat zijn loopbaan in duigen lag. Müller en Kotte hoefden de cel niet in – zij werden alleen beschuldigd van medeweten van de vluchtpoging – maar werden wel uit de voetbalsport verbannen. Voetballen in Oost-Duitsland was na zijn straf ook voor Gerd Weber onmogelijk, uitreizen naar het buitenland ook en daardoor was zijn loopbaan beëindigd nog voordat die goed en wel halverwege was. Want niemand twijfelde er aan dat de conditioneel beresterke Weber nog zes tot acht jaar op topniveau had kunnen voetballen. ‘Met voetbal heb ik sindsdien niets meer. Ik heb in het begin nog wel eens een balletje getrapt, maar vond er al snel niets meer aan. Toen ik alsnog in West-Duitsland terechtkwam, was ik al te oud.’ Weber probeert het verleden te relativeren. ‘Als je een been breekt, kan het ook afgelopen zijn. Misschien was het met die loopbaan in het westen niets geworden. En geld? Ach, geld geef je toch maar uit.’

Zijn studie om sportleraar te worden moest hij van hogerhand afbreken. Vrachtwagenmonteur werd hij daarna. Zeven jaar sleutelde hij aan auto’s, voor een minimaal inkomen. Niet bepaald wat hij zich van het leven had voorgesteld. Talloze verzoeken dienden de Webers in om alsnog het land te mogen verlaten, maar ze hadden slechts averechts effect. De ene na de andere informant kreeg je op je dak. Ze volgden je als je schaduw. Zijn vrouw verloor haar goede baan bij de Semper-opera. Ook zij werd onder toezicht geplaatst.

Gerd Weber praat anno 2010 zacht. Alsof niemand zijn woorden horen mag. Alsof achter iedere muur een als landgenoot verklede verrader kan staan, met de open kant van een leeg glas tegen de muur gedrukt. De andere, dichte kant tegen zijn oor, om te proberen geluiden op te vangen. Geluiden die Weber zouden kunnen verraden. Hij weet hoe dat werkt. Het lijkt alsof na twintig jaar nog niet is doorgedrongen dat de Wende de angst onnodig heeft gemaakt. Of misschien is het ook gewoonte geworden, een tweede natuur. Wat je zegt, zeg je zacht. Man kann ja nie wissen.

Weber 2009Omdat Weber niet langer voetbalde, werden zijn werkzaamheden steeds minder interessant. In mei 1982 verbrak de Stasi de samenwerking met IM Wiehland. Volgens de landsgewoonte bleef hij wel onder doorlopend toezicht staan. Op het beslissende moment waren de controlediensten echter niet present. In de zomer van 1989 vluchtte Gerd Weber met vrouw en kind alsnog naar het buitenland. Via Hongarije en Oostenrijk kwam het gezin in West-Duitsland aan. Twee koffers en een reistas vol met kleding hadden de Webers meegenomen. Het opsporingsbevel dat de DDR ogenblikkelijk tegen hen uitvaardigde, kon op 9 november 1989 de vuilsnisbak in. De omstandigheden waren gewijzigd: de Muur was gevallen, de DDR ging ophouden te bestaan.

Met zijn inmiddels 33 jaar kreeg Weber nog een aantal aanbiedingen om zijn carrière op te pakken en professioneel te gaan voetballen, maar het vertrouwen dat hij nog kon aanknopen bij zijn oude niveau was, nadat hij acht jaar niet actief was geweest, verloren gegaan. Werkloze trainers waren er genoeg. Weber besloot voor een maatschappelijke loopbaan te kiezen. Door te gaan voetballen bij de amateurs van SV Oberweier kon hij een baan krijgen als tegelzetter bij de hoofdsponsor. Het duurde maar kort of hij stopte met voetballen. Het werd toch nooit meer zoals vroeger. Hij studeerde, werd inkoper en om bij te verdienen werkte hij in de vakanties als metselaar. Later trad hij in dienst bij een autoverzekeraar. Hoe vaak is het niet, gekscherend, gehoord: ‘Wenn nichts ist gelungen, geht man in Versicherungen.’ Dat Gerd Weber niets is gelukt, zou te weinig eer zijn. Dat hij ongelukkige keuzes maakte en daarmee zijn eigen loopbaan en, erger, het leven van veel medeburgers beschadigde, staat als een paal boven water. Zelfs al was de druk groot.