Plaatjes laden...
Columns

Karakter

Door: Ruud Doevendans

 

Twee belangrijke interlands staan het Nederlands elftal te wachten. Het zou natuurlijk best kunnen, hoewel weinig daarop wijst, dat Oranje de wedstrijden tegen Kazachstan en Tsjechië wint. Heel misschien zelfs wel met behoorlijk voetbal. Maar ook als dat gebeurt, valt niet te ontkennen dat ons voetbal in een enorme crisis steekt.

Als voetballiefhebber volg je de discussies daaromtrent dagelijks. Johan Cruijff komt dan bijvoorbeeld met zijn waarneming dat de inspeelpasses niet goed zijn. Of dat je niet met een ’10’, maar met een ‘6’ moet spelen. Zij die zich met statistieken bezighouden denken ook de oplossing te kunnen vinden, duiken in de cijfers en komen dan met veelal tactische waarnemingen: ze stonden te ver uit elkaar, ze speelden te veel achteruit, de rechtsbuiten kwam zijn man maar twee keer voorbij. Mits goed geïnterpreteerd – een hele klus – kunnen deze gegevens iets bijdragen.

Ik denk dat er nog iets aan de hand is.

Gisteren kregen we te verstaan dat een jonge voetballer als Memphis Depay ‘niet met de schrijvende pers praat’. Eljero Elia meldt zich bij Oranje in een legerkostuum met een petje scheef op zijn hoofd. Dat moet geen probleem zijn, vinden veel volgers. Want, zo zegt men vaak, daar gaat het immers niet om. Het gaat om wat je op het veld laat zien. (Dat klopt op zich, maar ja …)

En dan hebben we het nog niet over de wijze waarop de spelers zich voorbereiden. Kenny Tete, met welgeteld nul interlands op zijn palmares: “Kazachstan, nee, daar weet ik niets van. Ik weet ook niets van mijn directe tegenstander. Ik bereid me nooit op tegenstanders voor. Gewoon goed verdedigen en dan zien we het wel.” Welnu, dat ‘goede verdedigen’ leidde in Europees verband tegen middenmoters in ieder geval tot op heden louter tot teleurstellingen.

Uitzonderingen zijn er ongetwijfeld ook. Maar meestal bekruipt me toch de vraag, of de huidige generatie wel voldoende liefde voor de sport heeft. Of houden ze vooral van de aandacht, het geld, de bling-bling? Presenteren zich als man van de wereld, kicken op kekke hoedjes, modieuze sjaaltjes en malle outfits. Een gouden bitje in de mond in het uitgaanscircuit. Kappertje zus, stylistje zo. Schoentje paars, schoentje roze. Tattoo hier, tattoo daar, tattoo overal. Het ene wasbordje nog indrukwekkender dan het andere. Maar waar blijven de resultaten?

Ik ben geen Johan Cruijff. Ik heb ook niet de computerkennis van hen die in een vloek en een zucht een indrukwekkende massa gegevens op tafel leggen. Ik volg voetbal 42 jaar op de voet, en heb dus de tijd meegemaakt waarin het Nederlandse voetbal toonaangevend was.

Ik noem maar een paar namen. Barry Hulshoff. Wim Jansen. Willy van de Kerkhof. Ruud Krol. Arnold Mühren. Rinus Israël. Wasbordjes hadden ze niet. Ze liepen in casual kleding. Ze trainden pakweg tien keer in de week, en zo hard mogelijk. Ze waren zelden geblesseerd. Als je ze wat vroeg, gaven ze normaal antwoord. En ze speelden mee aan de top: WK-finales en finales om Europese bekers. Ze hadden iets wat de huidige generatie véél te weinig heeft: karakter.

Misschien moeten we eens hardwerkende spelers met betrokkenheid als norm nemen. Dat we gewoon meneertje Depay (19 interlands, 3 goals waarvan 2 slechts door puur geluk) even aan de andere kant van de zijlijn parkeren en een gelouterde prof als Dirk Kuijt opstellen. Dat we zeggen: Tete, jochie, ga eerst het vak maar eens een paar jaar leren. We stellen Paul Verhaegh op die zich in de Bundesliga al jaren staande houdt.

Het is het proberen waard. Slechter dat het nu is, zal het er niet door worden.

Half 3 uitverkocht
De 18 nummers van Half 3 zijn inmiddels niet meer verkrijgbaar.