Plaatjes laden...
Columns

In het verzet

Een van mijn beste vrienden heet Robert. Met hem kijk ik nog regelmatig terug op de anderhalf uur dat we samen in het verzet zaten.

Op een dag ploften ze zowaar op de deurmat, onze kaarten voor het EK 1992 in Zweden. Kort daarop vertrokken we. Via het Deense Frederikshavn en een mooie boot kwamen we in Göteborg aan. Wat zoekwerk verder waren we aan het einde van de dag in ons stugapark. We verbaasden ons over de volstrekte rust, de drie miljard muggen en het feit dat het om twaalf uur ’s avonds nog volkomen licht was.

We zouden vier wedstrijden bezoeken. De eerste vond plaats in Malmö: Engeland-Denemarken. Saaie stad, krakkemikkig stadion, wedstrijd van niets, EK-sfeer nul komma nul. Dat was ook de eindstand. Snel vergeten dus. Kort daarna togen we naar het aantrekkelijker Göteborg voor Nederland tegen Schotland. Dennis Bergkamp scoorde, Nederland won. Het was interessanter dan de eerste wedstrijd maar dat was het dan ook.

Toen kwam de kraker Frankrijk-Engeland. We hadden ons erop verheugd. Twee grote landen, beide niet gewonnen in de eerste wedstrijd en dus moest er wel vuurwerk komen. We kenden inmiddels het stadionnetje en namen weer plaats achter het doel, op de staantribune. We stonden tussen de Franse supporters. Dat was even wennen: skinheads met enge versierselen door hun kleding én lichaam omringden ons. Ze zagen er bepaald fanatiek en bloeddorstig uit. Nóg waren we niet in paniek.

Dat ging veranderen. Toen de eerste klanken van de Marseillaise klonken, gebeurde het. Rondom ons gingen de rechterarmen schuin de lucht in. Niet twee, niet drie, nee: tientallen. Tja, daar stonden ze dan, de keurige accountant (Robert) en de meneer van de pensioenen (ik), ingeblikt tussen de Neo Nazi’s. Uit volle borst zongen ze het mee: ‘Allons enfants de la Patrie, le jour de gloire est arrivé’. Daar dachten wij toch net even anders over op dat moment.

We keken elkaar eens schuin aan. Robert wat ongemakkelijk, ik zocht ondertussen naar een luikje waardoor we konden verdwijnen. Dat was er niet. De Fransen op hun beurt loerden in onze richting met een onheilspellende blik in de ogen als wilden zij zeggen ‘En, komt er er nog wat van?’ Maar dat was buiten onze vaderlandsliefde gerekend. Geen haar op ons hoofd die erover piekerde ook maar een seconde toe te geven aan de laffe eisen van het gespuis om ons heen. Anderhalf uur leek een complete dag te duren. En dat was niet alleen omdat de Fransen en de Engelsen (0-0) er op het veld een wanvertoning van maakten. Negentig minuten lang de priemende ogen van extreem-rechts op je gericht weten, ik heb  me comfortabeler gevoeld.

Na Frankrijk-Engeland (0-0) bezochten we nog Nederland tegen het GOS, het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Ook weer 0-0. Vier wedstrijden hadden we gezien, alleen Bergkamp had gescoord. Het EK 1992 was geen toernooi dat je bijblijft. Robert en ik kijken desondanks al ruim twintig jaar met trots terug op onze standvastige houding in de meest bedreigende omstandigheden. Nooit behaagde het Hare Majesteit om ons de welverdiende versierselen behorend bij de orde Ridder Grootkruis toe te bedelen, maar met Willem-Alexander aan de macht koesteren wij nieuwe hoop. Hoe dan ook, onze heldendaden in het verzet komen nog vrijwel elke verjaardag voorbij.

Half 3 uitverkocht
De 18 nummers van Half 3 zijn inmiddels niet meer verkrijgbaar.