Plaatjes laden...
Columns

De mythe ontzenuwd

Jan van Beveren was het tegendeel van een lijnkeeper

Gilmar, Banks, Jasjin, Albertosi, Mazurkiewicz, Maier, Hellström, Fillol, Dasajev, Zoff, Pfaff, Zenga, Preud’homme, Kahn, Buffon en Casillas.

Nadat ik de mega-analyse van deze zestien topkeepers uit de WK-geschiedenis had afgerond (waarvan de weerslag in Half 3 nummer 13, het WK-nummer in april) kon ik het natuurlijk toch niet laten. Als biograaf van Jan van Beveren moest ik ’s lands beste doelman in de historie langs de meetlat van de beste keepers leggen. Waar stond hij? Wat stelde hij nu werkelijk voor?

Zoals ik voor ‘de zestien’ de wedstrijden op het WK nam waaraan zij hun meeste faam ontlenen, koos ik voor Van Beveren een zestal wedstrijden die mij compleet ter beschikking stonden: de twee UEFA Cup-finales tegen Bastia, twee uitwedstrijden tegen Saint Etienne medio jaren zeventig, een uitwedstrijd in Magdeburg en de desastreus verlopen EK-kwalificatie-interland Polen-Nederland (4-1) in 1975. Het leverde veel informatie op. Ik wil me richten op één specifieke kwestie, die decennialang een schaduw over Van Beverens carrière wierp: was hij een lijnkeeper, of niet? Met andere woorden, durfde Van Beveren bij voorzetten en dieptepasses nu van zijn lijn te komen om ballen vroegtijdig te onderscheppen, of deed hij dit weinig? En indien hij het deed, hoe goed was hij daarin dan?

De uitkomsten zullen velen schokken. Van de zestien met wie Van Beveren vergeleken werd, kwam alleen Rinat Dasajev vaker van zijn lijn dan Van Beveren. De Nederlander kwam per minuut tot 0,09 ingrepen bij voorzetten en dieptepasses, de Sovjet-keeper zat daar met 0,10 nét iets boven. De rest zat er allemaal onder. Kwantitatief is er om te beginnen dus al geen enkel argument om in het geval-Van Beveren van een lijnkeeper te spreken.

Maar daar hield het nog niet op. Niet alleen bleek Jan van Beveren, in weerwil van wat vaak gezegd wordt, vaak uit zijn doel te komen, hij bleek er ook nog eens ontzettend goed in te zijn. Van de zestien andere topkeepers scoorden maar drie hoger dan hij als we kijken naar het aantal geslaagde uitloopacties. Van Beveren kwam bij 48 acties tot een positieve score van 91,67%. Slechts in vier gevallen liep zijn uitlopen minder voorspoedig af.

Het is duidelijk: Jan van Beveren wás geen lijnkeeper. Hij was een all-round keeper, en dat niet alleen: hij was nog hartstikke goed ook en kon zich meten met de allerbesten, de keepers met de grootste reputatie. Natuurlijk, er zijn mensen die het tegenovergestelde beweren. Die zullen er dan wel belang bij hebben, maar ze zitten er volkomen naast. Het is hierbij bewezen. Waarvan akte.

Half 3 uitverkocht
De 18 nummers van Half 3 zijn inmiddels niet meer verkrijgbaar.