Plaatjes laden...
Columns

De eerste de beste

Gisteren was een warme, bijna zomerse dag. Vandaag stort de regen naar beneden. Ik zie het als ik uit het raam van mijn hotelkamer in Clarksville, nabij Nashville, kijk. De lucht is grauw, dreigend. Zo te zien komt het niet meer goed vandaag. Vanavond ga ik naar Nashville, kijken naar de plaatselijke Predators tegen de Vancouver Canucks. Maar dat is niet de reden, dat ik me 24 maart 2016 zal blijven herinneren.

Johan Cruijff is dood. Gek idee, eigenlijk. Cruijff dood. Wist niet dat dat kon. Maar het is echt zo. Bezweken aan de gevolgen van longkanker. Terwijl het recentelijk nog beter leek te gaan. Maar zo gaan die dingen. Blijkbaar. Het is triest.

Over de voetballer Cruijff zijn we snel uitgepraat. Een geweldenaar. Met zijn topperiode tussen 1971 en 1974. Voor die tijd was hij een groot talent dat op het hoogste niveau toch nog wel veel te bewijzen had, na 1974 was hij nog steeds erg goed maar misschien toch niet meer helemaal zo goed als tijdens die bloeiperiode in het Nederlandse voetbal. Nooit heeft een voetballer beter gespeeld dan Johan Cruijff tijdens de eerste ronde op het WK 1974. Niet Maradona in 1986, niet Messi in zijn gloriejaren 2012 en 2013, en Pelé al helemaal niet. Ik heb het berekend. Het klopt.Cruijff overleden

De jaren zestig en vroege jaren zeventig waren een unieke tijd. Cruijff was de sportieve verpersoonlijking van een rebelse periode waarin aan conventies weinig belang werd gehecht. Zoals hij wilde je zijn. Ook al durfde je dat eigenlijk niet. Want Cruijff deed dingen die helemaal niet konden. Op het veld, maar vooral ook daarbuiten. Hij vroeg aan Koningin Juliana of zij niet iets aan het belastingklimaat voor voetballers kon doen. Cruijff droeg zijn haar lang. Als de club hem wegens wangedrag voor drie wedstrijden schorste, dreigde hij de drie wedstrijden daarna ook niet mee te doen. En dan bond de club in. Later werd hij trainer. Zonder diploma. Wat nou, diploma? Een ander zou geschorst worden, hij niet. Hij kwam ermee weg. Want hij was Cruijff.

Cruijff werd groot in een tijd dat voetbal een televisiesport werd. Voor het eerst kon je niet alleen lezen over de heldendaden van de beste spelers, je kon ze nu zelf zien. Door op een knop te drukken en de juiste zender te kiezen. Hetgeen makkelijk was, want er waren er maar twee of drie. En ja, dan zag je die gazelle. Die overal langs flitste. Alsof ze er niet stonden. Die goals maakte, mooie goals vooral. Dat had je nooit eerder gezien. Cruijff werd de maat aller dingen.

Johan Cruijff was een genie. Hij had genoeg zwarte kanten, maar zijn legende zal nooit verdwijnen. Onder zijn inspiratie ontstond in het Nederland van ‘doe maar gewoon, dan is het gek genoeg’ een cultuur van sportpioniers die lef én kwaliteit combineerden met de uitstraling van rocksterren. Voetballand Nederland zal nooit meer hetzelfde zijn. Wat er ook gebeurt, we zullen nooit meer weten wat Cruijff ervan vindt. Terwijl hij juist overal altijd iets van vond. Dat krijgen we niet zo één-twee-drie uit ons systeem.

Johan Cruijff is de beste voetballer die Nederland ooit had. Hij zal altijd de beste blijven. Ook al komen er betere, Cruijff was de beste want hij was de eerste. Maar da’s logisch.

Half 3 uitverkocht
De 18 nummers van Half 3 zijn inmiddels niet meer verkrijgbaar.