Plaatjes laden...
Columns

Columns

Leren van de Duitsers. Hoe het niet moet.

Het gaat slecht met het Nederlandse voetbal. Oranje is afgehaakt aan de internationale top en de clubs brengen er Europees doorgaans weinig van terecht. We weten het inmiddels wel. Het is allemaal geen nieuws.

Zoals ons land jarenlang internationaal trendsetter was, zijn nu de Duitsers dat. Het arrogante, verdedigende, naargeestige ‘Laufpensum und Kampfgeist’ voetbal dat de oosterburen vaak speelden, is na het echec van het EK 2000 ingeruild voor veel aantrekkelijker, technisch voetbal. Kijk eens hoe mooi en succesvol voetbal gecombineerd kunnen worden, is overal te horen. De Duitsers hervormden hun aanpak, behielden hun oude waarden en voegden er die van ons aan toe. Zo heet dat tegenwoordig. Laten wij hun kunstje afkijken.

Niet doen, dus.

In weerwil van hetgeen iedereen elkaar wil doen geloven, heeft het Duitse voetbal op het gebied van succes de afgelopen twaalf jaar een flinke jas uitgedaan. Het is eenvoudig af te lezen aan de cijfers. En zoals wij allen weten, cijfers vertellen de waarheid.

Tussen 1966 en 2004 behaalde (West-)Duitsland de volgende grote successen:

WK’s – 2x winnaar, 4 verloren finales

EK’s – 3x winnaar, 2 verloren finals

Europa Cup I / Champions League – 6x winnaar, 6 verloren finales

UEFA Cup / Europa League – 6x winnaar, 7 verloren finales

Oftewel bij elkaar 36 finaleplaatsen (waarvan 17 als winnaar)

 

Dan de periode 2004-2016, daarin noteren we de volgende cijfers voor Duitsland:

WK’s – 1x winnaar, 0 verloren finales

EK’s – 0x winnaar, 1 verloren finale

Champions League – 1x winnaar, 3 verloren finales

Europa League – 0x winnaar, 1 verloren finale

Oftewel bij elkaar 7 finaleplaatsen (waarvan 2 als winnaar)

 

Natuurlijk, we vergelijken 38 jaar met 12 jaar, hetgeen niet eerlijk is. Daarom vermenigvuldigen we simpelweg de resultaten van 2005-2016 met (38/12 =) 3,17.

Het aantal finaleplaatsen wordt dan 36 om 22, het aantal overwinningen 17 om 6. Duitsland heeft zijn aloude, oerlelijke, verfoeide stijl ingeruild voor frivool voetbal. Of het mooier is, daarover kun je van mening verschillen. Of het succesvoller is, niet. De successen zijn (als we een titel voor 2 tellen en een finaleplaats voor 1) met 46 procent afgenomen.

Duitsland heeft veel veranderd. Er zijn landelijke opleidingscentra gekomen, de stijl is gemoderniseerd, je kunt het zo gek niet bedenken. Maar ze zijn er wel veel minder door gaan winnen. Veeleer is aan te nemen dat Duitsland, met zijn sterk verankerde voetbalcultuur en enorme vijver waaruit gevist kan worden, vrijwel altijd – ongeacht de stijl, ongeacht de visie – een sterke bodem voor resultaten zal hebben. Waarschijnlijk had ook Duitsland in de jaren 1998 tot en met 2004, hoewel in 2002 nog ‘gewoon’ de WK-finale werd gehaald, even een mindere lichting. Aannemelijk was het land beter af geweest als men toen rustig was gebleven en niet alles overhoop had gehaald. Dan was het Duitse voetbal nog steeds niet populair geweest, maar had het land wél meer titels in de wacht gesleept.

Eersterangs secondant

Door: Roberto Pennino

Johan Neeskens is vandaag 65 jaar geworden. Time flies. Mijn duidelijkste herinnering aan hem dateert van bijna 35 jaar geleden. In 1981 keerde hij als verloren zoon terug in Oranje. Of beter gezegd: in het volledig witte tenue van het Nederlands elftal dat die avond coute que coute moest winnen van de Belgen om de hoop op WK-deelname levend te houden.

Weken voordien had het gegonsd van de geruchten. Hij was in de VS van het pad afgeraakt. Drank, drugs en iets met vrouwen. Bij Cosmos was hij inmiddels persona non grata geworden. Zijn trainer Weisweiler wilde niets meer met dit ongeleide projectiel te maken hebben. Maar bondscoach Kees Rijvers zag hem graag komen. Anderzijds: hij was wel al dertig jaar. Kon hij zijn energievretende spel nog opbrengen? Die vraag was meer dan gerechtvaardigd.

Na negentig opwindende minuten in de Rotterdamse Kuip luidde het antwoord volmondig bevestigend. Jazeker, hij kon het nog! Topfit ogend bikkelde hij als in zijn beste jaren. Die wedstrijd heeft eens te meer getoond waarom Cruijff hem bij Ajax, Barcelona en het Nederlands elftal zo graag in zijn nabijheid had. Vanwege zijn tomeloze energie waarin een gezonde dosis spelagressie lag besloten die tegenstanders imponeerde en toeschouwers op de banken bracht.

Johan 2 was zijn geuzennaam, maar van een tweede viool was geen sprake. Hij was als secondant volwaardig en complementair aan Johan 1. Niet voor niets is een ‘type Neeskens’ anno 2016 nog steeds een begrip, net als zijn kiezelharde penalty’s. Zonder cynisme zou ik eraan toe willen voegen: iedere Nederlandse voetballer moest zeker eenmaal per jaar een half uurtje naar acties van de Nees kijken. Het is niets minder dan een videohandboek voor slidings, tackles en andere ingrepen om de bal te ver- of heroveren. Actueler wordt het niet.

De oplossing

Hiddink was bondscoach. Maar die moest weg. Kon niet meer. Te oud. Te lui. Te warrig. Te succesloos. Blind schoof door. Er kwam een plekje op de bank vrij.

Van Basten kwam. Van Nistelrooij was er al. Toen ging Van Nistelrooij. Advocaat kwam. Toen ging Advocaat weer weg. Er kwam niemand. Er ging wel iemand. Althans, binnenkort. Van Basten. Naar de FIFA. Als die tenminste iets willen betalen. Gullit zou komen. Maar die kwam niet. Ondertussen moest ook de teammanager weg. Maar die mocht later toch blijven. Misschien. Er ging ook een directeur Betaald Voetbal. Wel echt weg. Maar toch ook niet. Want hij bleef iets als secretaris-generaal. En zijn rechterhand werd directeur. En dus bleef die oude directeur ergens toch ook wel een beetje de baas.

Er kwam ook een Technisch Directeur. Die zou eerst niet komen, want die had nauwelijks werk te doen in Zeist. Maar even later toch wel. En er kwam een plan. Met alinea’s met belangrijke woorden als cognitieve flexibiliteit, schakelen van perspectief, probleemoplossend vermogen, motorische responsen, selectief attentievermogen, verstorende ruis filteren, executieve functies. Als we dat allemaal maar goed begrepen, zouden we in 2026 weer heel goed zijn.

Nederland was nu nog niet heel goed. Het verloor van Griekenland. En speelde tegen Zweden: 1-1. Best ongelukkig. En het werd niet rustig. Iedereen wist wel hoe het moest. Van Gaal weer op de bok. Blind dan maar assistent. Of gewoon weg. Ten Cate. Aad de Mos vond ook iets: Aad de Mos en Willem van Hanegem. Jari Litmanen werd genoemd. Want het mocht best een buitenlander zijn. Toch nog maar eens Gullit proberen. Want dat was wel een mislukte trainer, maar toen ‘ie niet wilde opeens toch niet meer. En met Fred Rutten en Jan Wouters zou het wel een succes worden. Co Adriaanse. Nee, zei Co, ik niet. Ronald de Boer? Geen trainersdiploma. Lastig.

Nee, zei Co. Een clubtrainer die Oranje erbij doet, dat kan niet. Want je kunt je energie maar op één team richten. Het is namelijk zó’n enórm ontzéttend zwaar vak. Dat kun je bijna niet bedenken. En zo werden wat trainers aan de zijlijn geparkeerd. Ronald Koeman. Frank de Boer. Phillip Cocu. In Istanboel moest een kleine Italiaan met een kromme neus er wel een beetje om lachen. Giovanni Guidetti deed dit toch al jaren, een clubteam met een nationaal team combineren? En niet zonder succes. Energie genoeg.

Men bleef over elkaar heen buitelen. Eén assistent. Twee assistenten. Wél Blind. Níet Blind. Wim Kieft had ook iets bedacht: het ‘clubje van 1988′ was – op Ronald Koeman en Frank Rijkaard na – in al zijn functies compleet mislukt. Zei Wim Kieft. Prominent onderdeel van datzelfde clubje van 1988. Ondertussen was er nog steeds geen assistent. En 7 oktober – Wit-Rusland – kwam al griezelig dichtbij.

Maar gelukkig. Nu is er een oplossing. De enige die werkelijk nog door niemand was genoemd. Denny Landzaat.

Ajax kent zijn eigen geschiedenis niet

De vraag is of de smadelijke 4-1 nederlaag van Ajax tegen FK Rostov voldoende is om de club te laten inzien wat er echt mis is. De huidige staat van Ajax ligt niet aan Peter Bosz. Ajax heeft eigenlijk maar één echt probleem: Ajax denkt dat alleen wat uit de boezem van Ajax komt, deugt. Peter Bosz is aan een mission impossible begonnen. Hij mag overeind zien te blijven in een krachtenveld van personen die helemaal geen zin in zijn visie hebben. Het kost de spelers te veel moeite. En het Umfeld van supporters en praatjesmakers rondom de club zag Bosz sowieso al niet zitten. Hij heeft immers bij Feyenoord gewerkt.

Kom als buitenstaander bij Ajax niet aan met een mening, want je wordt linea recta naar de uitgang gekonkeld. Peter Bosz werd al uitgekotst toen alleen de P van zijn naam nog maar was uitgesproken. Rondom Ajax beweegt zich een eng legertje van oudgedienden en min of meer invloedrijke figuren, die een inbreng van een niet-Ajacied categorisch kapotmaken. Een soort eigen-volk-eerst mentaliteit die we overal verafschuwen, maar die bij Ajax heel normaal is. Wie je ook voor die groep zet – vergeet het maar. Want die nieuwe trainer vraagt wellicht om toewijding, fysieke hardheid, mentale weerbaarheid. Komt misschien met een andere speelwijze. Daar kan men bij Ajax niet mee omgaan.

De jeugdopleiding wordt verheerlijkt, maar er ontbreekt van alles aan waardoor gemankeerde spelers opgeleverd worden. Ze hadden altijd de bal tegen een zwakkere tegenstander, hebben nooit hoeven te verdedigen, hebben nooit fysiek de grens op hoeven te zoeken, zijn mentaal nooit getest. Konden altijd vrolijk hun gezellige 4-3-3 spelletje spelen, hoefden zich nooit aan te passen. Precies die eigenschappen die het eerste elftal op internationaal niveau doorlopend tekortkomt. Ondertussen denkt men in Amsterdam dat de jeugdopleiding topvoetballers oplevert. Ajax denkt gewoon doodleuk dat je met kinderen van mannen kunt winnen. Je vraagt je soms af of Ajax zijn eigen geschiedenis wel kent. Die geschiedenis is niet alleen de klasse van Cruijff en Keizer. Die geschiedenis is ook de hardheid van Suurbier en Neeskens, de opofferingsgezindheid van Hulshoff en Mühren, de degelijkheid van Krol en Haan. Toevallig – nee, niet toevallig natuurlijk – vrijwel allemaal spelers die pas rond hun achttiende naar Ajax kwamen.

Toen kon dat nog. Ajax voelde zich klein, een leerling, had nog niets gepresteerd. De cultuur is inmiddels zodanig dat Ajax in de valkuil van zijn eigen vermeende grootsheid is gekieperd. De jeugdopleiding voldoet niet, echte versterkingen koopt de club niet, andere meningen worden niet geaccepteerd. Vrijwel geen enkele aankoop voldoet echt, en dat komt heus niet door het hoge niveau in Amsterdam. Met Traoré lijkt het al dezelfde kant op te gaan. Koop gerust Hakim Ziyech. Ik zie de volgende deceptie al op de loer liggen. Alles ‘van buiten’ verzuipt in de poel van zelfgenoegzaamheid die de club is.

De poule die Ajax gaat treffen voor de Europa League moet als vanouds weer ‘goed te doen’ zijn en men moet ‘hier gewoon doorheen’ komen. Ajax leert nooit. Als Ajax niet verandert qua houding, zal het niet verbeteren. En ze gáán niet veranderen, want ze weten het zelf wel beter. Hoezo veranderen als je de beste bent?

Omgekeerd Olympisch

Door: Roberto Pennino

Vandaag is het D-day voor Brazilië. Na tweemaal een meer dan teleurstellende 0-0 te hebben neergezet tegen de laagvliegers Zuid-Afrika en Irak, lijkt de Olympische droom van de Brazilianen verder weg dan ooit. En dat terwijl vedette Neymar alles opzij heeft gezet om de nare smaak van het afgelopen WK weg te spoelen voor eigen publiek. Een groot deel van zijn zomervakantie heeft hij eraan opgeofferd. Nu moet het gebeuren. Het WK van 2014 heeft misschien geen nationaal trauma, maar toch zeker een flinke deuk in het voetbalbewustzijn van zijn landgenoten opgeleverd.

De gouden medaille op de Spelen in eigen land moet karrevrachten aan leed verzachten.

Alexei Mikhailichenko weet hoe zo’n scenario kan uitpakken. De verliezer van de EK-finale tegen Nederland in 1988 toog enkele maanden later naar Seoul om opnieuw op jacht te gaan naar succes. Wonnen de Sovjetrussen in West-Duitsland relatief gemakkelijk van de Italianen in de halve finale (2-0), tijdens de Olympische Spelen moest er tegen de Azzurri een verlenging aan te pas komen om de finale te bereiken (3-2). Daar wachtte het favoriete Brazilië met in de gelederen onder meer de nog relatief onbekende Romario. De toernooitopscorer mocht wel de openingstreffer maken, maar de Sovjetrussen lieten zich de kaas ditmaal niet van het brood eten: 2-1 winst. De missie van Mikhailichenko was geslaagd.

Zilver en goud in een tijdsbestek van drie maanden. In die volgorde. Zoeter kan een revanche bijna niet smaken.

Terug naar Neymar en consorten. Zij moeten eerst nog maar eens de tweede ronde zien te halen, voordat überhaupt aan eremetaal kan worden gedacht. Denemarken heet het volgende obstakel en in de huidige vorm hebben de Olympische Kanaries het tegen elke tegenstander lastig. De druk is immens groot. Het palmares van de Braziliaanse voetbalbond is incompleet. Men wil nu eindelijk eens het briefpapier bijkleuren met Olympisch Goud.

In Barcelona zal men de ontwikkelingen in Brazilië met argusogen volgen. Want het gerede risico bestaat dat naast Messi nog een vedette zwaar teleurgesteld aan het nieuwe seizoen gaat beginnen.

Het is de omgekeerde Olympische gedachte. Als je meedoet, kun je ook verliezen.

Onvoorspelbaarheidsestafette

Door: Roberto Pennino

 

De volgende teneur wordt in Nederland inmiddels breed gedragen: het afgelopen EK was kwalitatief teleurstellend, de erkende sterren kwamen nauwelijks uit de verf en al met al was het een toernooi om snel te vergeten. Op basis van het vertoonde spel is een dergelijke visie absoluut verdedigbaar. De punt van de stoel werd maar zelden bereikt en alleen omdat ik de Squadra Azzurra een warm hart toedraag, heb ik persoonlijk toch nog enkele mooie en spannende momenten kunnen beleven. Dat zal voor meer supporters van deelnemende landen gelden. Toch heeft het EK op een ander speelbord wel degelijk hoge hogen gegooid.

Anders dan het internationale clubvoetbal de laatste jaren laat zien, vielen er na de groepsfase genoeg verrassingen te noteren. Natuurlijk geldt dit ook voor de prestaties van Wales en IJsland, want wie had hen vooraf ver zien komen? Maar waar ik in dit verband vooral op doel is het breken met tradities. Vanaf de kwartfinale tussen Spanje en Italië hebben we namelijk een mooie reeks van afrekeningen kunnen zien. In sportieve zin dan. Ga maar na. Italië had vanaf 2008 (kwartfinale EK), 2012 (finale EK) en 2013 (halve finale Confederations Cup) altijd verloren van de Furia Roja tijdens toernooien. Op zich geen schande natuurlijk, maar frustrerend was het zeker wel. Een ronde later was daar de titanenstrijd tussen de favoriete Mannschaft en zijn Angstgegner. Het verhaal werd vooraf breed uitgemeten in de pers. Nooit eerder wonnen de Duitsers van de Azzurri op een groot toernooi. Maar nu dus wel, al was het na een tegenvallende wedstrijd met de hakken over de sloot door middel van een bizarre penaltyreeks. Vervolgens ging het stokje over op Frankrijk dat tegen de Duitsers historisch gezien bij voorbaat al met 1-0 achterstond. Maar het pakte goed uit voor Les Bleus die dit jaar de mazzel hadden die in 1982 en 1986 zo nadrukkelijk had ontbroken.

Tot slot leek de uitslag van de finale vooraf in het licht van de historie eigenlijk al beklonken. Driemaal had Frankrijk nu de eindstrijd van een groot toernooi in eigen land bereikt en de twee voorgaande finales werden gewonnen, met nul doelpunten tegen. Daarbij opgeteld de Franse overmacht in de eerdere confrontaties met de Portugezen en je kon de afloop van de eindstrijd al uittekenen met een winnaar in blauw-wit-rood. Mis dus. Portugal nam de handschoen op en bereikte met het stokje in de hand als winnaar de eindstreep. En daar zit ook de schoonheid van het voetbal in. Niet alleen mooi voetbal, maar ook de onvoorspelbaarheid maakt het aantrekkelijk. Wat dat betreft zijn we met z’n allen op basis van de historie gaandeweg het EK meermaals flink op het verkeerde been gezet. En dat is maar goed ook, want anders had het hele toernooi wel schriftelijk kunnen worden afgedaan. Wat blijft hangen is dat iedere wedstrijd op zichzelf staat, en die kan dus ook zomaar gewonnen worden. Ook al wijzen de meeste pijlen op voorhand naar een nederlaag.

Roda eert Rapid, Rapid leert Roda

Door: Roberto Pennino

Roda v2

Nu het EK achter ons ligt, komt langzaam maar zeker de seizoenstart van de Eredivisie in het vizier. Ook in Kerkrade. Frits Schrouff, de Landgraafse zakenman die Roda JC financieel overeind houdt, heeft enkele jaren geleden aangegeven dat hij meer resultaten wil zien van de jeugdopleiding. Maar wie kijkt naar het afgelopen half jaar, moet constateren dat de leiding van de club een totaal andere visie heeft. Afgelopen winterstop fladderde een half elftal aan nieuwe spelers de Kerkraadse duiventil binnen. Bang als men was voor een tweede degradatie binnen twee jaar, rechtvaardigde het doel van handhaving in de eredivisie blijkbaar alle middelen. Op zichzelf begrijpelijk, maar wanneer gaat de eigen jeugd dan wel een échte kans krijgen? Vanaf juni is immers alweer flink ingekocht. Het inpassen van jeugdige talenten lijkt nog steeds geen speerpunt te zijn.

Het doet me denken aan de bijeenkomst van afgelopen januari waarbij een aantal oude helden van Rapid JC, de roemruchte voorloper van Roda JC, in het zonnetje werd gezet. Via een beamer passeerden prachtige polygoonbeelden en foto’s de revue van onder meer de beslissende kampioenswedstrijd tegen NAC in 1956, vandaag precies zestig jaar geleden.

Vooral Huub Bisschops, die met zijn twee treffers het kampioenschap bezegelde, was die avond kritisch over het verschil tussen woord en daad binnen de club. Hij sprak zijn verbazing erover uit hoe weinig succesvol Roda in de eigen regio is met scouten. En dat terwijl de club vanwege haar geografische ligging de luxe heeft om ook gemakkelijk in Duitse en Belgische vijvers te vissen.
De vraag die op tafel kwam, was even cliché als terecht: worden er in Kerkrade en omgeving nog wel talenten geboren? Pierre Vermeulen, zelf een kind van de regio, meent van wel. Hij vindt echter ook dat jonge spelers tegenwoordig nauwelijks nog de ruimte krijgen om hun eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. Ze worden vanaf een jaar of zeven alleen maar bijgeschaafd in hun eigen talent en zodoende helemaal niet meer uitgedaagd om uit hun comfortzone te stappen. Volgens Vermeulen kan en moet dit anders. Stap 1: ‘laat jonge talentjes gewoon aanrommelen en fouten maken op alle posities in het veld, zodat er vanzelf weer markante spelerspersoonlijkheden uit de eigen opleiding komen bovendrijven’. Stap 2: ‘de beleidsbepalers moeten de hoofdtrainer opdragen dat hij ieder seizoen minstens drie talenten moét overhevelen naar de A-selectie.’ Pas dan zullen zinloze en dure paniekaankopen tot het verleden gaan behoren.

Wat opviel half januari was dat geen enkele speler van de Roda-selectie aanwezig was bij de nostalgische voetbalavond. Ook niemand van de trainersstaf. Illustratief voor het gebrek aan verbondenheid binnen de geledingen van de club. Een half jaar later hebben veel van die huurlingen het tijdelijke nest alweer verlaten op zoek naar een nieuw avontuur. Het is allemaal te vluchtig voor woorden. Een onderlinge band tussen de spelers is dan een utopie.

Vandaag wordt dus het landskampioenschap van Rapid JC herdacht. Maar belangrijker nog dan dit heuglijke feit te koesteren, zou de manier waarop destijds werd omgegaan met eigen talent moeten dienen als richtsnoer voor de toekomst. Scouten moet immers tastbare resultaten afwerpen. En jeugdspelers moeten niet het idee krijgen dat alles wat van buitenaf komt, een betere beloning krijgt. Zij moeten juist gaan inzien dat ze beloond worden als ze presteren, zoals bij PSV gebeurt. In Eindhoven wordt anno 2016 bovendien de doelstelling uitgesproken dat het eerste elftal in de nabije toekomst voor minstens vijftig procent uit eigen jeugd moet bestaan. Waarom zou dat bij Roda niet ook kunnen?

Ook in 1956 was niet alles pais en vree. Het was het Kerkraadse publiek een doorn in het oog dat de huldiging van de kampioenen niet in Heerlen maar in Kerkrade plaatsvond, hoewel het toch echt Heerlense investeerders waren geweest die de club financieel omhoog hadden getrokken. De betaler bepaalde ook in die dagen al. Financiële injecties van buiten Kerkrade zijn dus zeker niet nieuw. Het verschil is echter dat de spelers die destijds werden aangetrokken, vrijwel allemaal uit de regio kwamen en bovendien lange tijd met elkaar konden samenspelen. Er was binding tussen publiek en spelers en er ontstond vriendschap tussen de spelers, volgens Bisschops een voorwaarde voor goede resultaten. Die tijd krijgen we niet meer terug. Wat echter wel tot de mogelijkheden behoort, is dat over een tijdje verschillende spelers van het eerste elftal het clublied kunnen meezingen. En dat het publiek in Kerkrade zich na jaren van overdreven koopzucht weer kan identificeren met het team. Pas dan zal de missie van Schrouff echt volbracht zijn. Roda los mer joa.

Narcissus

Door: Roberto Pennino

 

Wat een drama was het met Ronaldo afgelopen weekend tijdens de EK-finale. En dan bedoel ik niet zijn uitvallen in het eerste half uur van de wedstrijd. Ik heb het over zijn gemiste kans bij nieuwbakken Europees kampioen Portugal. Zijn voetbalkwaliteiten ten spijt, het elftal ging steeds beter draaien toen zijn vedette al lang en breed onder de douche stond. Dat kan toeval zijn, maar zo was het wel.

Laat ik voorop stellen: Ronaldo kan fantastisch voetballen. Maar zijn maniertjes en zijn doorgefokte egocentrisme stuiten mij tegen de borst. Nooit eerder heeft een voetballer van zijn statuur zo veel liefhebbers mateloos kunnen irriteren. Waarom? Omdat alles bedacht en daardoor onecht lijkt te zijn. Ronaldo is immers de personifiëring van commercie geworden. Zijn juichen is nauwelijks nog een spontane uiting van vreugde te noemen, maar pure statusopdrijving. Want CR7 is een merk. Nou is hij daarin zeker niet de enige, maar wat hem in negatief opzicht uniek maakt ten opzichte van veel andere grote spelers, is dat hij zijn ploeggenoten zo ontstellend weinig credits geeft. Althans voor de kijker thuis.

Afgelopen zondag gloorde er echter hoop toen hij zich gaandeweg de verlenging steeds meer als een soort veredelde assistent-bondscoach profileerde langs de lijn. Gedreven schreeuwde hij zijn ploeggenoten naar voren, maakte hij veelvuldig contact met zijn coach en leek eindelijk een vorm van sociaal gedrag in hem te ontwaken. Zijn vreugde-explosie na het laatste fluitsignaal leek dan ook oprecht. Omdat Ronaldo al zo lang een prijs wilde winnen met zijn land en al een keer een EK-finale in eigen land verloren had, was het voor de meeste toeschouwers absoluut invoelbaar dat hij volledig uit zijn dak ging. So far, so good. Maar wat na de uitreiking van Euro-bokaal gebeurde, drukte alle hoop op een ommekeer in de publieke verschijning van Ronaldo helaas meteen weer de grond in.

Want voor iemand die zijn ploegmaats op z’n knieën zou moeten danken voor het behaalde resultaat, was Ronaldo belachelijk prominent in beeld. Een ruwe schatting misschien, maar ik denk dat hij zo maar rond de tachtig procent van de post-match airtime heeft opgeslorpt met de beker in zijn handen. Een échte leider betrekt de andere spelers bij het feestje, dat behoort een normale omgangsvorm te zijn. Zeker nu had hij als non-playing captain de eer nadrukkelijk aan anderen moeten laten. Maar hij eiste als vanouds alle aandacht op. Op het lachwekkende af. Misschien dat Ronaldo niet weet wat de betekenis is van ‘de eer aan jezelf houden’, want jezelf zo bewieroken terwijl anderen alle werk hebben opgeknapt, is volgens mij niets anders dan stank voor dank. Er is dus niets veranderd. Bij Ronaldo is de geur van narcisme nooit ver weg.

Cup of kater?

Door: Roberto Pennino

 

Net als in 1984 en 1998 staat Frankrijk als thuisland in de finale van een groot landentoernooi. Op zichzelf een ongelooflijke prestatie. Het verschil met de eerdere evenementen is dat nu een geniale spelmaker ontbreekt bij de haantjes. Michel Platini domineerde het toernooi van ’84 op een manier die nooit eerder en nadien evenmin nog gezien is. Hij kon alles, deed alles en hij had het geluk dat zo’n beetje alles ook lukte. Snoekduiken, penalties, kopballen. Midas Michel veranderde iedere kans in goud. Zijn coach Hidalgo zei voor aanvang van de EK in 1988 al eens: ‘Vergeet niet dat het ideale EK al is gespeeld’. En ik geloof niet dat er een team, het Oranje van 1988 noch het Grote Spanje van 2008 en 2012, die uitspraak ooit helemaal heeft kunnen logenstraffen.

Portugese Ronaldo, over wie later meer, heeft dit EK de negen treffers van Platini geëvenaard, kopte zo’n beetje elke zichzelf respecterende sportkrant de afgelopen dagen. Maar daar klopt alleen cijfermatig iets van. Evenaren is op gelijke voet komen en wat dat betreft mag Ronaldo in mijn bescheiden wereldbeeld Platini’s veters nog niet strikken. Wat Just Fontaine voor de WK’s betekent, heeft Platini voor de EK’s gedaan: de lat bijkans onbereikbaar hoog gelegd voor alle generaties na hem. Ook al wordt de EK-eindronde ooit gespeeld door 64 landen en krijgen spelers acht of negen wedstrijden de kans om Platini in één toernooi naar de kroon te steken, het zal ze waarschijnlijk niet lukken. Voor wie het niet (meer) weet: het waren echt negen treffers in slechts vijf wedstrijden. Een duizelingwekkend gemiddelde. Toch heeft Frankrijk ook anno 2016 zo langzamerhand de meest in het oog springende speler in de gelederen: Antoine Griezmann. Snel, doelgericht en gaandeweg het toernooi steeds meer gezegend met dezelfde scoorflow als zijn illustere voorganger.

Portugal daarentegen parasiteert nog steeds op de kwaliteiten van een steeds minder vaak uitblinkende Ronaldo. Een exceptionele voetballer met het vermogen om desondanks veel voetballiefhebbers tegen zich in het harnas te jagen. Ik gun hem de Europese titel daarom slechts onder voorbehoud. Als het zo ver komt, moet hij voor één keer niet in de camera’s kijken, zijn shirt aanhouden en alle overige ingestudeerde maniertjes achterwege laten. Ik wil het jongetje in hem zien lachen of huilen van vreugde. Als hij dat kan opbrengen, zal ik voor hem applaudisseren.

Ik zal zondag hoe dan ook denken aan zijn Braziliaanse naamgenoot, die er in de WK-finale van 1998 totaal niet aan te pas kwam tegen de Fransen van vedette Zidane, die op dat moment surprême wél presteerde met twee treffers. Ronaldo werd vier jaar later alsnog wereldkampioen met Brazilië. En dus werd het drama van 1998 weggepoetst. Finales zijn nu eenmaal defining moments. Worden Platini en Zidane met succes opgevolgd door Griezmann of kan Ronaldo met Portugal de verloren EK-finale van 2004 doen vergeten? Daarin zit hoe dan ook tragiek want een van beide ploegen heeft na afloop een grotere kater dan elk land dat al eerder is uitgeschakeld. Tweede worden is en blijft een kwelling.

Duitsland is het nieuwe Nederland

Ooit was het Duitse voetbal gehaat in vrijwel de hele wereld. Duitsers speelden saai. Er stond zelden (Beckenbauer, Netzer, Overath daargelaten) een fraaie technicus op. En áls die er dan een keer was, dan was het ook meteen een arrogante verschijning. Die er overigens ook al voldoende waren, indien de technische kwaliteiten wat minder voorhanden waren. Duitsers waren weinig creatieve, voorspelbare en vaak vervelende voetballers.

Maar ze verdedigden hard, stug en succesvol. Beten zich in hun tegenstander vast, lieten niet los en daardoor was het aartsmoeilijk tegen ze te scoren. En ze waren koel. Zond je een Duitser naar de strafschopstip, was het strijk-en-zet een doelpunt. Duitsers faalden niet vanaf elf meter, waren tegen elke druk bestand. Het was onderdeel van hun dodelijk precisie bij het afwerken op doel. Een kans voor een Duitser was in veruit de meeste gevallen raak.

Saai, arrogant, vasthoudend, niet te intimideren, zakelijk. Conditioneel niet te kloppen. En afschuwelijk succesvol. Dat was het (West-)Duitse voetbal decennialang.

En kijk nu eens, in de 21e eeuw. Het roer is volledig omgegaan. Duitsland kan wel drie nationale elftallen opstellen met technisch prachtige spelers. Soepel gaat het balletje rond, elke Duitser beheerst de bal. En van arrogantie geen spoor meer. De ‘nieuwe Duitser’ is een prettige, veelal bescheiden persoonlijkheid die zich hoffelijk gedraagt. Welk ouderpaar van een twintigjarige dochter zou niet Julian Draxler, Joshua Kimmich of Jonas Hector als schoonzoon willen?

Maar verdedigend doen ze soms rare dingen. Boateng en Schweinsteiger maken onhandig (gekke term) hands en krijgen volkomen onnodig strafschoppen tégen. Mandekkers die van alles doen, behalve de man dekken. Gisteravond bij het ZDF liet een analiticus het haarfijn zien. Daar schrok je van, hoeveel ruimte de Franse aanvallers kregen. Soms stonden er zo maar drie volledig vrij, en een handjevol Duitsers dat op afstand naar de bal keek maar de tegenstander allang kwijt was. Tegen Italië miste Duitsland méér penalties tijdens een penaltyreeks dan in de veertig jaar daarvoor dat dit fenomeen bestaat. Alleen omdat Pellè en Zaza hun eigen showtje gingen opvoeren, overleefde Duitsland. En er ontstaat nu zowaar een heuse discussie omdat het Duitse voetbal na Mario Gomez geen enkele echte spits meer kent. Oliver Kahn zei gisteravond al: “Leuk dat mooie voetbal, maar iemand moet dat ding er wel inschieten!”

Natuurlijk, niet vergeten: onze oosterburen pakten de wereldtitel twee jaar geleden, met een elftal compleet gebaseerd op de nieuwe visie. Maar het was hun enige titel sinds 2006, toen de nieuwe normen begonnen te gelden. Tussen 1970 en 1996 pakte (West-)Duitsland op basis van de oude waarden vijf grote titels en speelde het ook nog eens vier verloren finales. En voor al hun Europa Cups kwamen ze voorheen ook al prijzenkasten tekort. Hun schier onuitputtelijke arsenaal aan voetballers stond altijd al garant voor veel goede spelers, in welke stijl dan ook.

Conditioneel is Duitsland nog altijd de beste. Het is de enige waarde die ze behouden hebben. Verder lijkt alles verbeterd. Duitsland is geliefd, speelt prachtig, et cetera. Geldt als voorbeeld van ‘hoe het moet’. Maar Duitsland is ook het nieuwe Nederland geworden. Als de prijzen uitgereikt worden, zitten de Duitsers vaak al in het vliegtuig naar huis.

Half 3 uitverkocht
De 18 nummers van Half 3 zijn inmiddels niet meer verkrijgbaar.