Het verbijsterende verhaal van Zaïre (WK 1974)

 

Maart 1974 De euforie is groot in de straten van Kinshasa. Van sjieke buurt tot sloppenwijk, overal wordt feest gevierd want Zaïre is er voor de tweede keer in geslaagd om de African Cup of Nations te winnen. Het land is na 1968 opnieuw Afrikaans voetbalkampioen. Wat een weelde!

Het zijn ongekende tijden voor de voetballiefhebbers in het land, want hun natie slaagde er ook in om zich als eerste land uit donker Afrika te kwalificeren voor het WK. Dat ging ten koste van achtereenvolgens Togo, Kameroen, Ghana, Zambia en Marokko. Zaïre is absoluut de beste van Afrika. Waarom zouden de Luipaarden geen kampioen kunnen worden in West-Duitsland?

Je kunt het de straatarme Zaïrezen niet kwalijk nemen, deze gedachte. Vrijwel nergens in het land staat een televisie, radioreporters buitelen over elkaar met superlatieven en de introductie van mobiele telefonie en internet zou zelfs in het rijke westen nog ruim twintig jaar op zich laten wachten. Kortom, hoe kan het volk iets weten over de kracht van het voetbal elders in de wereld?

 

ZaïrePubliciteitsmachine In het presidentiële paleis in de hoofdstad ronkt Mobutu Sese Seko Kuku Ngbendu wa Zabanga van genoegen. Dictator Mobutu bedenkt zich dat de prestatie van zijn Luipaarden een ongekende golf van publiciteit over zijn land kan uitstorten. Positieve berichtgeving, daar zit de grote leider met smart op te wachten.

Tot dusver heeft de internationale pers weinig op met zijn alleenheerschappij die nu bijna tien jaar stand houdt. Hij staat in de media op één lijn met andere Afrikaanse despoten in zijn tijdperk, zoals Idi Amin (Oeganda), Jean-Bédel Bokassa (Centraal Afrikaanse Republiek), Moammar al-Khadaffi (Libië) en de iets minder bekende Omar Bongo (Gabon).

Feitelijk klopt het, maar het zint hem allerminst. Hij, Mobutu Sese Seko (et cetera), weet inmiddels hoe hij zich moet onttrekken aan de vuilspuiterij van het journaille. Met voetbal zal hij de wereld versteld laten staan en alle criticasters de mond snoeren.

Mobutu’s wil is wet in Zaïre. De succesvolle spelers en technische staf worden opgetrommeld om op audiëntie te komen bij Monsieur le Président. Hij ontvangt ze in een van zijn megalomane buitenverblijven aan de boorden van de rivier Congo. Hij plunderde de staatskas en laat zijn volk creperen om er zelf een exorbitante levensstijl op na te houden. Naar verluidt sluisde hij tijdens zijn leven miljarden aan deviezen naar geheime bankrekeningen in Zwitserland.

Voor de eenvoudige voetballers lijkt het alsof ze in een andere wereld terechtkomen. Menigeen leeft in een sober huisje in een van de buitenwijken van Kinshasa, tamelijk berooid en zonder enig toekomstperspectief. Dankzij het voetbal bouwen ze sociale status op, maar daar kun je op de markt nog geen kilo bananen van kopen.

Echter, tijden veranderen. Het Afrikaans kampioenschap en de aanstaande trip naar het WK verandert het leven van Kembo ubo Kembo, Boba Lobilo, aanvoerder Mantantu Kidumu en al die andere sterren voorgoed. Dachten zij.

Neem nu de ontvangst in de marmeren gewelven van Mobutu’s residentie; bladgoud op de kranen, lakeien die buigen als knipmessen en overheerlijke spijzen. Het terras biedt uitzicht op de menagerie die de dictator door de jaren heen verzamelde. Over de krokodillenvijver gaat het verhaal dat Mobutu geregeld levend mensenvlees voert aan de reusachtige alligators. Tegenstanders van het regime. De roofdieren liggen deze middag roerloos in de snikhete zon, maar o wee als Kareltje Kaaiman honger krijgt.

Mobutu Sese Seko schalt ondertussen de loftrompet over de spelers. Hij behandelt hen als helden en stelt hen direct een flinke bonus in het vooruitzicht. Voor elke voetballer 20.000 dollar, een nieuwe auto en een hoge onderscheiding als dank voor de bewezen diensten. En wanneer de mannen ook zo’n prestatie leveren in West-Duitsland zal het hen voor de rest van hun leven aan niets ontbreken. Geld, status, vrouwen; bedenk het maar.

 

Schrikbewind Zoals het gaat in een dictatuur, heerst er aan het hof van de tiran een cultuur van corruptie en chantage, van machtswellust en diepgewortelde afgunst. In Zaïre is dat niet anders. Joseph-Desiré Mobutu neemt in 1965, vijf jaar na de onafhankelijkheidsverklaring van België, met veel geweld de touwtjes in handen.

Congo ontdoet zich van het juk van de Belgische koning Leopold II, die zijn voormalige bezit leegroofde en met name de opbrengst van de rubberplantages met woekerwinsten doorverkocht. Wie zijn ambtenaren een strobreed in de weg legde, kon er op rekenen dat zijn hand werd afgehakt. Nu, precies vijftig jaar na de onafhankelijkheid (1960-2010), vormt de koloniale historie nog altijd een schandvlek voor onze zuiderburen.

Mobutu wil zijn land de oorspronkelijke Afrikaanse cultuur teruggeven maar dit gaat er hardhandig aan toe. Leopold zaaide dood en verderf, maar Mobutu is met zijn schrikbewind geen haar beter. De Zaïrezen vallen van de regen in de drup.

De grote leider omgeeft zich graag met winnaars. Tegen deze achtergrond haalt hij onder andere de grote bokser Muhammad Ali (32) naar de hoofdstad om daar op 30 oktober 1974 een wereldtitelgevecht af te werken tegen George Foreman (25). Het duel gaat de historie in als de Rumble in the Jungle, trekt 60.000 bezoekers in het Stade du 20 Mai en houdt ‘s nachts ook veel Nederlanders aan de kijkbuis gekluisterd.

Mobutu strikt in overleg met zijn belangrijkste sportadviseur Tschimpumpu wa Tschimpumpu  (watermeloen, zoon van watermeloen) de succesvolle voetbaltrainer Blagoje Vidinic. De lange Joegoslaaf, oud-doelman van OFK Belgrado en 26-voudig international, deed het goed met de Marokkaanse nationale ploeg tijdens het WK van 1970. Tegen een salaris van 6.000 D-Mark per maand krijgt hij twee jaar de tijd om de voetbalploeg te prepareren op de ultieme missie.

Vidinic verdiept zich de eerste maanden met name in de sociale omstandigheden en het leefmilieu in Zaïre in het algemeen en van zijn voetballers in het bijzonder. Hij komt tot de schokkende ontdekking dat zijn mannen zich voornamelijk in leven houden met een goulash van apenvlees en mootjes geroosterde slang. ’s Lands zeden, ’s lands gewoonten. Blagoje proeft er zelf ook van. Het ligt hem zwaarder op de maag dan de aanstaande confrontatie met de Schotten.

 

De bonkige bleken Het is vrijdag 14 juni, tijd voor voetbal. Zaïre opent het toernooi in Dortmund met een duel tegen het geroutineerde Schotland. Denis Law, Joe Jordan, Peter Lorimer, Billy Bremner, Kenny Dalglish en nog zes profs uit de First Division nemen het op tegen elf volslagen onbekenden. Wat staat de toeschouwers te wachten?

Zelf lijken de spelers van Zaïre het ook niet te weten. Het optimisme is groot, maar dat is objectief gezien op niets gebaseerd. Het oefende slecht tegen een aantal Duitse clubteams, er heerst onrust over de premies en de laatste echte interland dateert van 14 maart. Dat was de replay van de finale om de Afrika Cup tegen Zambia.

Het fysieke verschil bij de opmars der gladiatoren in Dortmund is aandoenlijk. Het wijst op een aanstaande botsing van speelstijlen: de bonkige bleken van het Verenigd Koninkrijk versus de frêle, lichtvoetige Afrikanen. Ik bekijk de oude beelden op dvd; 95 minuten lang exclusief een pauze wegens het deels uitvallen van de lichtmasten. De Schotten proberen de Zaïrezen in de beginfase inderdaad te slopen. Joe Jordan dendert in de punt van de aanval als een olifant door de porseleinkast. Zijn bewaker Kilasu krijgt een elleboog-van-de-week, maar ook Mayanga zal in een boze droom nog wel eens wakker worden van JJ. En dit niet vanwege diens oogverblindende schoonheid.

Desondanks blijft Zaïre aardig op de been. Schotland heeft een optisch overwicht, maar het komt fantasieloos over. De bal gaat niet via de vleugels om met een voorzet het hoofd van Jordan te zoeken. Nee, aanvoerder en spelverdeler Bremner kiest óf voor het balletje breed óf voor een bal recht naar voren. De eerste echte kans is er in de zeventiende minuut voor Kakoko, de linkerspits die – hoe klassiek – de bal met zijn rechterpunt juist voor zijn linkerwreef weg tikt. Het leder verdwijnt in het zijnet, maar de Schotten zijn gewaarschuwd.

Mwamba Kazadi, de kleine maar dappere doelwachter zonder handschoenen, is op een klein halfuurtje echter kansloos op een uithaal van Lorimer. Het wordt 1-0 en niet veel later maakt Jordan er 2-0 van dankzij een blunder van de keeper. De kopbal maakt een stuit en verdwijnt tussen lichaam en arm van Kazadi tegen de touwen.

Toch slaat Zaïre geen slecht figuur. Of zou het te maken hebben met de matige vertoning van Schotland dat zelfs op fluitconcerten wordt getrakteerd? Je weet het nooit bij zo’n openingswedstrijd. De Afrikanen krijgen na rust fraaie, soms opgelegde kansen. Een afstandschot van Mayanga wordt op het nippertje tot hoekschop verwerkt en Ndaye hoeft de bal tien minuten voor tijd alleen maar aan te raken om tot scoren te komen. Maar helaas, het blijft bij die 2-0 in het nagelnieuwe Westfalenstadion.

 

Schotland-Zaïre 2-0 (2-0)

14 juni 1974, Dortmund

1-0     Peter Lorimer (27’), 2-0 Joe Jordan (33’)

Scheidsrechter: Gerhard Schulenburg (West-Duitsland)

Geel: Kidumu (38’), Holton (48’)

Toeschouwers: 27.000

Schotland:Harvey; Jardine, Holton, Blackley, McGrain; Bremner, Dalglish (79/Hutchinson), Hay; Lorimer, Jordan en Law

Zaïre: Kazadi; Mwepu, Lobilo, Buhanga, Mukombo; Kilasu, Kidumu (79/Kibonge), Mana; Mayanga (72/Kembo), Ndaye en Kakoko

 

Binnen blijven Eervol verlies of niet, in Kinshasa zijn de rapen gaar. Mobutu bekijkt de wedstrijd in zijn buitenverblijf en reageert, niet geremd door enige kennis, furieus op de nederlaag. De voetballers hebben zijn land te schande gezet. Stelletje uilskuikens! Wat zouden ze elders in de wereld denken? Tja, ’t is ook wat. Voor het eerst op een wereldtoernooi en dan met 2-0 onderuit gaan tegen een stel gelouterde Europese broodvoetballers. De Zaïrezen zelf en hun Joegoslavische coach hadden er niet zo’n slecht gevoel over.

Het gezelschap, voor het eerst in Europa, heeft na de eerste wedstrijd behoefte aan een verzetje. Ze willen er wel even uit, ter ontspanning, maar de tentakels van Mobutu reiken tot ver over de landsgrenzen. Daar komt niets van in. De instructies c.q. de geboden zijn helder: iedereen blijft in het hotel en de meegereisde agenten van de veiligheidspolitie zullen er voor zorgen dat het dictaat van de president nageleefd wordt. Het vormt achteraf gezien nog maar het begin. Arme Kazadi, arme Mwepu, arme Kidumu!

 

ZaireOei, oei! Vijf dagen na de WK-ouverture staat een nog geslepener stelletje profs tegenover de Luipaarden. De Joegoslaven zijn stuk voor stuk begaafd met een verfijnde techniek, maar ze staan vooral bekend om hun meedogenloosheid, hun geniepigheid en hun grote afkeer van verliezen. Er moet gewonnen worden; bij voorkeur goedschiks maar als het niet anders kan dan kwaadschiks.

De Joego’s treden aan met voetballers van naam. Uit de gelederen van Hajduk Split zien we Ivan Buljan, Branko Oblak en Ivica Surjak en uit het elftal van Rode Ster Belgrado het trio Bogicevic, Acimovic en Dzajic. Samen met doelman Enver Maric en topschutter Dusan Bajevic – beiden Velez Mostar – staat een stevige basis tegenover Zaïre.

De mannen van Miljan Miljanic bleven in hun eerste wedstrijd knap op de been tegen wereldkampioen Brazilië. Het werd 0-0, een mooi vertrekpunt om uiteindelijk door te stoten naar de tweede ronde.

Dan Zaïre. Vidinic kiest voor een elftal dat niet wezenlijk afwijkt van de ploeg die tegen Schotland speelde. Alleen de aanvallers Kembo en Mayanga wisselen stuivertje. Kembo kwam er in tegen de Schotten, Mayanga ging toen van het veld. De woede-uitbarsting van Mobutu laat de Joegoslaaf kennelijk Siberisch. Vol goede moed meldt hij zich met zijn formatie in het Parkstadion van Gelsenkirchen.

Het lachen zou de Zaïrezen snel vergaan. Het tweede duel loopt uit op een regelrecht drama. Negen-nul zal het worden, tot op de dag van vandaag een historisch hoge WK-uitslag. In 1954 won Hongarije met  9-0 van Zuid-Korea en in 1982 won opnieuw Hongarije met 10-1 van El Salvador.

In den beginne loopt het nog aardig bij de Luipaarden. Het leder gaat lekker rond, one touch en het balletje gaat soepel achter het standbeen langs om ruimte te creëren. Technisch ziet het er opnieuw best aardig uit.

Maar dan: tussen de zevende en de achttiende minuut lopen de Joegoslaven bliksemsnel uit naar 3-0. Onrust. Doelman Kazadi, die part noch deel had aan de tegentreffers, wordt gewisseld voor reservegoalie Tubilandu. Het mirakels kleine mannetje, mét handschoenen trouwens, staat amper twintig seconden in het veld of de vierde hangt. Paniek. Mwepu protesteert bij de arbiter en dat pikt de Colombiaanse scheidsrechter niet. Deze Delgado vergist zich echter, want hij stuurt de ontredderde Ndaye met rood van het veld.

 

29ste minuut, 5-0.

34ste minuut, 6-0.

Rust.

 

Na de thee lijkt het alsof de Joego’s het wel geloven. Tussen de 60ste  en 70ste minuut zetten de mannen nog even aan (7-0, 8-0, 9-0) en daarna vinden ze het wel best. Met een redelijke uitslag tegen Schotland moeten ze de tweede ronde kunnen halen.

Ter hoogte van de middenlijn hangt een reclamebord met een opvallende tekst. Zaire peace. Wie zou dit betaald hebben?

 

Joegoslavië-Zaïre 9-0 (6-0)

19 juni 1974, Gelsenkirchen

1-0 Dusan Bajevic (7’), 2-0 Dragan Dzajic (13’), 3-0 Ivica Surjak (18’), 4-0 Josip Katalinski (21’), 5-0 Dusan Bajevic (29’), 6-0 Vladislav Bogicevic (34’), 7-0 Branko Oblak (60’), 8-0 Ilja Petkovic (63’), 9-0 Dusan Bajevic (70’)

Scheidsrechter: Omar Delgado Gomez (Colombia)

Geel: Hadziabdic (55’)

Rood: Ndaye (22’)

Toeschouwers: 31.000

Joegoslavië: Maric; Buljan, Katalinski, Bogicevic, Hadziabdic; Acimovic, Oblak, Surjak; Petkovic, Bajevic en Dzajic

Zaïre: Kazadi (21/Tubilandu), Mwepu, Lobilo, Buhanga, Mukombo; Kilasu, Kidumu, Mana; Kembo, Ndaye en Kakoko (46/Mayanga)

 

Krokodillenvoer Bij Mobutu ondertussen slaat de stoom uit zijn oren; daar gaat zijn gedroomde imagocampagne! Weg meesterzet, weg plan om Zaïre op te stuwen in de vaart der volkeren. De natie is het lachertje van de wereld geworden. Honderd miljoen televisiekijkers bekijken de afgang, alle kranten schrijven er over. Hoe herstel je deze reputatieschade?

De president zet de spelers bijna letterlijk het mes op de keel. Wanneer de ploeg met vier doelpunten verschil verliest van wereldkampioen Brazilië, zullen ze hun familie niet terugzien. En met Mobutu valt niet te spotten. Het angstzweet breekt de Zaïrezen uit, want de dictator houdt niet van loze dreigementen.

Zouden die verhalen over de krokodillenvijver soms toch kloppen?

Achter de schermen is er iets anders aan de hand. De spelers hebben hun hoofd niet bij het duel, maar bij de randverschijnselen. Kort voor de wedstrijd dreigt een spelersstaking onder aanvoering van doelman Kazadi. Het gaat om geld en andere beloften. Ze hebben nog geen cent gezien en uitzicht op uitbetaling is er evenmin. Ongeveer acht spelers staan aan de kant van de keeper, maar dat is te weinig om te spreken van een serieus collectief. Er zit niks anders op dan het veld te betreden.

 

BraZaiErop of eronder Zaïre mag dus hooguit met 3-0, 4-1 of 5-2 verliezen, zo verordonneert de Grote Krijger. Brazilië had achteraf precies voldoende aan deze uitslag (het werd 3-0) om de tweede ronde te halen. Eind goed al goed, althans in zekere zin. De Zaïrezen keren weliswaar terug naar hun familie, hun voetballeven is wel voorgoed voorbij.

De wedstrijd Brazilië-Zaïre is vooral de wedstrijd die ons herinnert aan de paniekactie van de 24-jarige verdediger Ilunga Mwepu. De Brazilianen mogen bij de stand van 3-0 (poeh, spannend dus voor de Afrikanen) een vrije trap nemen op pakweg twintig meter van het vijandelijke doel. Mooie plek dus. Francisco Marinho schaart zich achter de bal en wil aanleggen voor een directe vrije trap. De muur van Zaïre vormt zich tot een brede, maar vooral hechte barricade. Toch is Mwepu er niet gerust op.

Het hilarische moment duikt later op in de ranglijst van de meest curieuze voorvallen ooit tijdens een WK. De verdediger wacht uit pure angst het schot niet af. Hij sprint uit het muurtje nog voordat een der Brazilianen aanstalten maakt en knalt de bal een eind weg. Roberto Rivelino weet de vuurpijl amper te ontwijken. De toeschouwers vallen bijkans van hun stoel. Kennen deze mannen de spelregels wel? Er is beroering alom, maar de andere tien Zaïrezen in het veld begrijpen waarom Mwepu overgaat tot deze gedenkwaardige actie.

Uiteindelijk verlaat Zaïre door de achterdeur het WK. Drie gespeeld, drie verloren, niet gescoord, veertien doelpunten om de oren.

 

Brazilië-Zaïre 3-0 (1-0)

22 juni 1974, Gelsenkirchen

1-0 Jairzinho (14’), 2-0 Roberto Rivelino, 3-0 Francisco Vaz Valdomiro

Scheidsrechter: Nicolae Rainea (Roemenië)

Geel: Mirandinha (77’), Mwepu (85’)

Toeschouwers: 56.000

Brazilië: Leao; Nelinho, Pereira, Mario Marinho, Francisco Marinho; Paulo Cesar, Piazza (61/Mirandinha), Rivelino; Jairzinho, Leivinha (12/Francisco Vaz Valdomiro) en Edu

Zaïre: Kazadi; Mwepu, Lobilo, Buhanga, Mukombo; Kibonge, Kidumu (62/Kilasu), Mana, Mayanga; Tshinabu (80/Kembo) en Ntumba

 

Papa Ndaye Kort voor de deadline van deze editie stuit ik via internet op de aanstaande publicatie van een boek over voetbal in Afrika: ‘De Macht van de Bal.’ Uit de vooraankondiging blijkt dat journalist Edwin Schoon de alom doodgewaande spits Mulamba Ndaye, alltime topscorer van de Afrika Cup met negen treffers, heeft opgezocht in Kaapstad.

Hij beschrijft bloemrijk hoe hij – eenmaal gearriveerd in Kaapstad – de vedette via een Congolese kunstschilder traceert en hoe de gebroken Ndaye ooit vegeteerde in een hoekje van anderhalf bij twee meter. Zijn afscheiding met de rest van de wereld bestond uit niet meer dan een soort van douchegordijn. Meer tipjes licht ik niet op, koopt vooral het boek.

Ndaye, de gewezen held van alle Zaïrezen, ontvluchtte zijn land nadat hij in 1994 wederom in aanraking kwam met het misdadige regime van Zaïre. Ditmaal waren het de tentakels van sportminister Bofassa. Ndaye werd overgevlogen naar Tunesië, waar ter gelegenheid van de Afrika Cup aldaar een serie oude voetbalhelden werd gehuldigd. Zo ook Ndaye, die met een geldbedrag en een eremedaille terugkeerde in Kinshasa.

Bofassa wilde de medaille om het kleinood te tonen aan Mobutu, maar Papa Ndaye wilde eerst even bijslapen van de vermoeiende trip. Niet veel later stormden mannen zijn woning binnen om het geld en de medaille op te halen. Ze schoten hem tweemaal in zijn been en de klap met een geweerkolf tegen zijn elfjarige zoontje bleek later dodelijk. De mannen gooiden hem in de kofferbak van een auto en duwden hem nadien van een spoorbrug. Hij overleefde het ternauwernood en lag maanden in het ziekenhuis. Anderhalf jaar later vluchtte hij naar Zuid-Afrika.

 

Een waanzinnig verhaal Edwin Schoon opent het boek over zijn journalistieke reis over het Afrikaanse continent met de reportage over Mulamba Ndaye. Bewust. ‘In deze reportage komt erg veel bij elkaar’, zegt hij. ‘De politiek, het WK, zijn levensgeschiedenis; echt de macht van de bal. Voor mijn gevoel had ik met dit verhaal goud in handen.’

Edwin vertelt dat hij de tip over dit verhaal kreeg van een redacteur van het voormalige voetbalmagazine JOHAN. ‘Daar zou je eens achteraan moeten gaan, zei hij. Ik liep rond met de gedachte om een boek te schrijven over voetbal in Afrika en ik vond dit een waanzinnig verhaal. Door deze tip wist ik ook welk thema ik er aan moest geven; voetbal en dictatuur. Ik had ook kunnen kiezen voor voetbal en magie, maar dit was mij eigenlijk te voordehandliggend.’

Schoon (1970) ontmoette Ndaye voor het eerst in de zomer van 2008. ‘Ik ben toen een paar dagen met hem opgetrokken. Eerst was hij terughoudend. Hij keek mij niet aan en hij was slecht te verstaan. De allereerste ontmoeting viel mij tegen, ik vreesde voor een desillusie.’

Gelukkig keerde het tij. ‘Hij raakte overtuigd van mijn bedoelingen. Ik was als mens oprecht geïnteresseerd in zijn verhaal. We spraken ook af dat ik een documentaire zou maken over zijn leven. Later ging hij daarvoor in zee met een Congolese filmer die in Zuid-Afrika woont.’

Vorig jaar zomer ontmoette Edwin zijn Zaïrese connectie voor de tweede maal en deze WK-zomer kan het in principe de derde keer worden. De KNVB heeft hem gevraagd om vanuit Zuid-Afrika dagelijks een blog te schrijven over Oranje. ‘Met een beetje geluk kom ik in Kaapstad.’

 

Epiloog 1 Met de voetballende prestaties van Zaïre kwam het na 1974 nooit meer goed. Het land, tegenwoordig de Democratic Republic of Congo, staat volgens de laatst gepubliceerde FIFA-ranglijst (peildatum: april 2010) op een anonieme 111de plaats.

 

Epiloog 2 De docu over Papa Ndaye – Forgotten Gold – wordt geproduceerd door Rainbow Circle Films uit Zuid-Afrika. Een trailer er van is te vinden via YouTube.

www.eastafricantube.com/media/21455/FORGOTEN_GOLD_NDAYE_MULAMBA

 

Epiloog 3 Dictator Mobutu overlijdt in 1997 op 67-jarige leeftijd in Marokko. Even ervoor grijpt het rebellenleger van Laurent-Desiré Kabila de macht. De naam Zaïre verandert na 26 jaar weer in Congo. Het juist verschenen standaardwerk ‘Congo’ van de Vlaamse cultuurhistoricus David van Reybrouck (uitgeverij De Bezige Bij) verhaalt over de opkomst en ondergang van de dictator.

 

Epiloog 4 Edwin Schoon heeft beloofd zijn uiterste best te doen om Papa Ndaye te herenigen met zijn dochter Sylvie, die in het huidige Congo woont. Een immigratieprocedure loopt en op de laatste bladzijde van De Macht van de Bal doet Edwin een verzoek aan alle lezers om een bedrag(je) over te maken op een speciale bankrekening: 83.12.37.031 t.n.v. Edwin Schoon – Fortis Bank Nederland o.v.v. ‘Ticket Sylvie Ndaye’.

(NASCHRIFT: actie beëindigd)

 

Sylvie (even in de twintig) en haar vader hebben elkaar in 1994 voor het laatst gezien.

 

‘Ik heb ongeveer 400 euro nodig voor een ticket, maar ik wil haar in Zuid-Afrika graag ook op weg helpen met een studie. Duizend euro zou mooi zijn. Ik garandeer dat al het geld voor de volle honderd procent terechtkomt bij betrokkenen.’ U kunt het allemaal volgen via www.demachtvandebal.nl.

 

Ik heb inmiddels een bedrag overgemaakt.

 

Wie volgt?